Beschrijving
Bij de oprichting van de DDR in 1949 werd Ulbricht plaatsvervangend voorzitter van de Ministerraad. In feite had hij toen al meer macht dan minister-president Otto Grotewohl, een voormalige sociaaldemocraat.
In 1950 werd de SED op communistische leest gereorganiseerd. Ulbricht werd toen formeel partijleider met de titel “secretaris-generaal van het Centraal Comité van de SED” (in 1953 werd die titel veranderd in “eerste secretaris”). In feite werd hij toen de belangrijkste man van Oost-Duitsland. De onderdrukking van de volksopstand van 1953 versterkte zijn macht nog.
In 1960 werd Ulbricht voorzitter van de Staatsraad van de DDR (en daarmee staatshoofd) en van de Nationale Verdedigingsraad, twee organen die werden opgericht na de dood van president Wilhelm Pieck. Intussen nam de persoonsverheerlijking van Ulbricht steeds meer toe.
Om een verdere leegloop van de DDR te voorkomen, werd in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 besloten om op diverse strategische punten in Berlijn de straten af te zetten met prikkeldraad en militaire voertuigen. Twee dagen later werd begonnen met de betonbouw van de Berlijnse Muur. Een bekende uitspraak deed hij tijdens een persconferentie twee maanden voor de bouw van de Muur: “Niemand hat die Absicht, eine Mauer zu errichten”.
Ulbricht volgde lange tijd een strikt Moskougetrouwe lijn. Na 1960 begon hij een meer aparte koers te varen op economisch gebied, door meer macht te geven aan wetenschappelijke en technische experts, ten nadele van de partijkaders. Er kwam dan ook verzet binnen de SED tegen die hervormingen. De oppositie kreeg de steun van Sovjet-partijleider Leonid Brezjnev, die zich ergerde aan Ulbrichts aanmatigende toon. Ulbricht begon Oost-Duitsland (en zichzelf) meer en meer te zien als een voorbeeld voor de andere socialistische landen, inclusief de Sovjet-Unie.
Afmeting 26,5 x 32,5 cm
Niet veel voorkomende uitvoering
Na zijn aftreden in 1971 zijn er niet veel officiële afbeeldingen van hem bewaard gebleven







