Beschrijving
NVA Fallschirmjäger / Aufklärer broek – Strichtarn – 1966 – maat m52
Extreem zeldzame originele Nationale Volksarmee (NVA) Fallschirmjäger / Aufklärer broek uit 1966, uitgevoerd in het karakteristieke Strichtarn (Regenstreifen) camouflagepatroon. Deze broek werd gebruikt door elite-eenheden van de Oost-Duitse strijdkrachten, waaronder parachutisten en verkenningseenheden.
Kenmerken
-
Origineel NVA militair kledingstuk
-
Productiejaar: 1966
-
Camouflage: Strichtarn / Regenstreifen
-
Maat: m52
-
Binnenstempel: NVA 52 m – 1966
-
Met originele kunstof knopen
-
Verstelbare taille met metalen D-ringen
-
Karakteristieke parachutisten / verkenners uitvoering
-
Meerdere zakken met kleppen
-
Verstevigde constructie zoals gebruikt bij luchtlandingstroepen
Staat
Broek verkeert in gebruikte staat met duidelijke gebruikssporen passend bij militair gebruik.
-
Enkele reparaties en kleine beschadigingen zichtbaar
-
Kleine scheur/slijtage bij een naad (zie detailfoto)
-
Lichte verkleuring en vlekjes
-
Stempels binnenin nog zichtbaar
De parachutisten-verkenners van de NVA in 1966 maakten deel uit van een elite-eenheid die in deze periode structurele veranderingen onderging en nieuwe, specifieke bewapening kreeg.
Belangrijke feiten voor 1966:
Structuur en eenheden:
Het hoofdbataljon was het Fallschirmjägerbataillon 5 (FJB-5) in Prora (Rügen). Dit bataljon werd in 1966 structureel verder ontwikkeld volgens bevel 44/65. De verkenningscompagnieën waren gespecialiseerd in operaties achter vijandelijke linies, het verkennen van SAB-objecten en het saboteren van commandoposten.
Uitrusting & messen (KM66):
Het jaar 1966 is belangrijk vanwege de invoering van het gevechtsmes KM66 (in de uitvoering 500V). Dit mes werd speciaal ontwikkeld voor parachutisten, verkenners en speciale eenheden van de NVA (en het MfS) en geproduceerd in de VEB Fahrzeug- und Jagdwaffenfabrik Ernst Thälmann in Suhl.
Bewapening:
Tot de standaardbewapening in het midden van de jaren zestig behoorden Kalasjnikov-varianten met inklapbare kolf (voor parachutesprongen) en lichte machinegeweren.
Opleiding:
De opleiding was extreem zwaar en omvatte naast parachutespringen ook infanteriegevecht, man-tegen-mangevechten en overleving in vijandelijk gebied.
Insigne:
In december 1966 werd het NVA-parachutespringinsigne ingevoerd (volgens bevel 82/66).
Samenvatting van de rol:
De parachutisten-verkenners waren ontworpen als luchtlandings- en sabotage-eenheid, die opereerde naar Sovjetvoorbeeld (VDV). Zij vormden de “eerste golf” achter de vijandelijke linies.























